Datum: oktober 2026
De Nederlandse overheid werkt aan steeds verdergaande maatregelen rond sekswerkadvertentieplatforms. Aanleiding zijn onder meer zorgen over minderjarigheid, seksuele uitbuiting en mensenhandel.
Die zorgen zijn op zichzelf niet ter discussie te stellen. Er zijn daadwerkelijk strafzaken waarin minderjarigen via seksadvertentieplatforms in contact zijn gekomen met klanten en waarin sprake was van seksuele uitbuiting.
Maar er is een fundamentele vraag die naar mijn mening onvoldoende wordt gesteld:
Hoe groot is het probleem eigenlijk binnen de totale markt van seksadvertenties?
Die vraag is belangrijk omdat de overheid inmiddels niet alleen platforms wil verplichten om de leeftijd van adverteerders te controleren, maar ook een omvangrijke infrastructuur van identificatie, gegevensregistratie, gegevensbewaring en mogelijke verstrekking aan opsporingsinstanties creëert.
Tegelijkertijd ontbreekt juist het belangrijkste cijfer om de proportionaliteit van die maatregelen te kunnen beoordelen:
Hoeveel van de duizenden dagelijkse seksadvertenties betreft daadwerkelijk een minderjarige?
Dat percentage is voor zover uit het WODC/Dialogic-onderzoek en de andere onderzochte bronnen blijkt, niet vastgesteld.
Dat is geen bewijs dat het probleem klein is.
Maar het betekent wel dat de omvang van het probleem niet kan worden afgeleid uit de beschikbare cijfers.
Het WODC publiceerde in september 2026 de eerste resultaten van een onderzoek dat door Dialogic werd uitgevoerd.
Daarvoor werden in april 2026 sekswerkadvertentieplatforms onderzocht.
De onderzoekers kwamen uit op ongeveer:
9.500 unieke seksadvertenties per dag.
Kinky.nl en Sexjobs.nl waren samen goed voor ongeveer 80 procent van het totale aanbod.
Voor Kinky.nl werd vastgesteld dat het dagelijkse aantal advertenties tussen 2021 en 2026 was gestegen van ongeveer 5.000 naar 6.000 advertenties per dag.
Dat zijn concrete cijfers.
Maar naast die 9.500 advertenties staat geen vergelijkbaar cijfer als:
“Daarvan waren X advertenties afkomstig van minderjarigen.”
En naast de ongeveer 6.000 dagelijkse Kinky-advertenties staat evenmin:
“Daarvan waren X advertenties afkomstig van minderjarigen.”
Dat is de centrale lacune.
Het is belangrijk om hier zorgvuldig te zijn.
Er zijn aanwijzingen en strafzaken waaruit blijkt dat minderjarigen via seksadvertentieplatforms zijn aangeboden.
Het Fieldlab Tulpafslag en eerdere onderzoeken hebben bijvoorbeeld vastgesteld dat het mogelijk was om via bepaalde online platforms met minderjarigen in contact te komen.
Ook heeft het Centrum Kinderhandel Mensenhandel (CKM) onderzoek gedaan naar strafzaken waarin klanten waren veroordeeld voor seks met minderjarigen.
Daarbij werd gekeken naar 101 strafzaken.
In 92 zaken kon worden vastgesteld hoe het eerste online contact tot stand was gekomen. In 74 van die 92 gevallen liep dat contact via een seksadvertentiewebsite.
Dat is ongeveer 80 procent.
Maar dit cijfer wordt gemakkelijk verkeerd geïnterpreteerd.
Het betekent niet:
dat 80 procent van alle seksadvertenties minderjarigen betreft;
dat 80 procent van de sekswerkers op Kinky minderjarig is;
dat 80 procent van alle advertenties op Kinky problematisch is;
of dat 80 procent van alle minderjarigen die sekswerk verrichten via Kinky wordt aangeboden.
Het gaat om een specifieke groep:
reeds strafrechtelijk onderzochte en veroordeelde klanten en de minderjarige slachtoffers in die zaken.
Het onderzoek begon dus niet met duizenden willekeurige seksadvertenties om vervolgens vast te stellen welk percentage minderjarig was.
Dat verschil is journalistiek en statistisch essentieel.
Daarmee komen we bij de belangrijkste vraag.
We weten inmiddels:
Kinky: ongeveer 6.000 advertenties per dag.
Alle onderzochte platforms samen: ongeveer 9.500 advertenties per dag.
Maar we weten niet:
Hoeveel daarvan betreft minderjarigen?
Dat maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld onderscheid te maken tussen:
1 op de 10 advertenties;
1 op de 100;
1 op de 1.000;
1 op de 10.000;
of een nog kleiner aandeel.
Zonder de noemer kan de maatschappelijke omvang van het verschijnsel binnen deze advertentiemarkt niet worden vastgesteld.
Dat is naar mijn mening een belangrijke journalistieke vraag.
Want wanneer voor een zeer grote groep mensen een ingrijpende wettelijke verplichting wordt ingevoerd, is het redelijk om ook te weten welk probleem die maatregel precies moet oplossen en hoe groot dat probleem binnen de betreffende sector is.
Dit maakt de kwestie extra opmerkelijk.
Het WODC/Dialogic-onderzoek was niet uitsluitend een theoretisch onderzoek.
De onderzoekers hebben daadwerkelijk advertenties en platforms geïnventariseerd.
In april 2026 werden op negen platforms dagelijks advertenties geteld.
Er werden in die maand meer dan 14.000 unieke advertenties geregistreerd en gemiddeld ongeveer 9.500 advertenties per dag vastgesteld.
Toch levert het onderzoek geen percentage op van het aantal advertenties dat vermoedelijk door minderjarigen werd geplaatst.
De onderzoekers analyseerden onder meer aantallen, typen sekswerk, locaties en gerapporteerde genderidentiteit, maar de gepubliceerde telling levert geen antwoord op de vraag:
Welk percentage van de totale advertentiemarkt bestaat uit advertenties van minderjarigen?
Dat betekent nadrukkelijk niet dat er geen minderjarigen zijn.
Het betekent dat de frequentie niet uit deze marktmeting kan worden afgeleid.
Een ander belangrijk punt uit de eerdere analyse is dat ook politie en OM geen eenvoudig beschikbaar cijfer hebben waarmee kan worden aangegeven hoeveel mensenhandelsslachtoffers de afgelopen jaren via reguliere seksadvertentieplatforms zijn aangeboden en welk deel daarvan minderjarig was.
Om dat vast te stellen zouden dossiers handmatig moeten worden onderzocht.
Daarmee ontstaat een opmerkelijke situatie:
De overheid weet dat er ernstige gevallen bestaan, maar beschikt niet over een actuele statistiek waarmee de omvang van het verschijnsel binnen de totale advertentiemarkt kan worden weergegeven.
Dat zou op zichzelf al aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek.
Er is nog een belangrijke nuance.
Wanneer wordt gesproken over online seksuele uitbuiting, wordt het risico gemakkelijk gekoppeld aan seksadvertentiewebsites.
Maar eerder onderzoek naar online seksuele uitbuiting laat zien dat ook andere soorten platforms een belangrijke rol spelen.
In het EMM-onderzoek uit 2021 kwamen onder meer instant-messagingdiensten, sociale netwerken, datingdiensten en seksadvertentiewebsites naar voren.
Met name messagingdiensten en sociale netwerken kwamen daarbij nadrukkelijk voor.
Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen:
“online seksuele uitbuiting bestaat”
en:
“seksadvertentieplatforms vormen de omvangrijkste bron van online seksuele uitbuiting.”
Het eerste is aantoonbaar.
Het tweede kan niet zonder meer uit de beschikbare cijfers worden geconcludeerd.
Parallel aan het ontbreken van een actuele omvangsmaat voor minderjarige advertenties gebeurt iets anders.
De overheid beweegt richting een veel verdergaande identificatieplicht voor seksadvertentieplatforms.
Op 28 september 2026 dienden Kamerleden Boomsma en Bikker amendement 2026D46701 in over een meld- en informatieplicht voor online platforms met seksadvertenties. Het amendement is vervolgens op 6 oktober 2026 in de Tweede Kamer aan de orde geweest.
Het voorstel gaat aanzienlijk verder dan alleen:
“Controleer of iemand 18 jaar is.”
Volgens het amendement moeten platforms onder meer:
de identiteit en leeftijd van de adverteerder controleren;
een geldig identiteitsbewijs gebruiken;
een actuele gezichtsfoto gebruiken;
bij plaatsing of wijziging opnieuw controleren of de persoon dezelfde persoon is;
bepaalde persoonsgegevens registreren;
telefoonnummers registreren;
een betaalkenmerk registreren;
identificerende gegevens van de internetaansluiting registreren;
deze gegevens gedurende een bepaalde periode bewaren;
en deze gegevens op vordering aan een opsporingsambtenaar verstrekken.
Het voorstel voorziet daarnaast in een meldvoorziening voor vermoedens van minderjarigheid, seksuele uitbuiting en mensenhandel.
De precieze wettelijke status en inwerkingtreding moeten daarbij worden onderscheiden van het feit dat het amendement parlementair is aangenomen; aangenomen door de Tweede Kamer betekent niet automatisch dat deze verplichtingen op dit moment al als geldend recht van kracht zijn.
Hier ontstaat een interessante beleidsvraag.
Het WODC/Dialogic-onderzoek meldt dat Kinky en Sexjobs vanaf 1 april 2026 bij nieuwe advertenties een identiteitscontrole uitvoeren waarbij onder andere leeftijd en nationaliteit worden gecontroleerd.
Het onderzoek meldt bovendien dat vijf van de zes nader onderzochte platforms een vorm van persoonsverificatie toepasten.
De onderzoekers konden de daadwerkelijke verificatieprocedure echter niet volledig in de praktijk testen.
Daarmee ontstaat een belangrijke vraag:
Als grote platforms inmiddels al identiteits- en leeftijdscontroles uitvoeren, waarom is daarnaast een wettelijke infrastructuur nodig waarbij identificerende gegevens gedurende langere tijd worden geregistreerd en voor opsporingsdoeleinden beschikbaar moeten blijven?
Dat is geen beschuldiging.
Het is een vraag die de overheid zou moeten beantwoorden.
Dit brengt ons bij een tweede probleem.
Een sekswerker die via een platform adverteert, verstrekt niet noodzakelijk alleen een telefoonnummer en een advertentietekst.
Uit het onderzoek en de eerder verzamelde informatie blijkt dat bij platforms verschillende identificerende gegevens kunnen worden verwerkt, waaronder:
naam;
telefoonnummer;
e-mailadres;
postcode;
foto's;
gegevens van een identiteitsbewijs;
accountgegevens;
IP-adressen en andere technische gegevens.
In het geval van Kinky is bovendien een schermafbeelding beschikbaar waaruit blijkt dat bij het adverteren om een foto/kopie van een identiteitsbewijs wordt gevraagd.
Dat is een wezenlijk ander privacyrisico dan wanneer iemand uitsluitend onder een pseudoniem een advertentie plaatst.
Dit onderdeel berust niet op een gerucht.
In een openbare uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2018:8064, staat beschreven hoe politieonderzoek bij Midhold B.V., de exploitant van Kinky.nl, informatie opleverde waarmee een seksadvertentie aan onder meer een telefoonnummer, e-mailadres en IP-adressen kon worden gekoppeld.
Uit informatie van Midhold werden vervolgens verschillende telefoonnummers, gebruikersaccounts en IP-adressen in verschillende combinaties gekoppeld aan seksadvertenties.
Dat laat zien dat dergelijke platformgegevens daadwerkelijk een instrument kunnen vormen om online advertenties aan technische gegevens en uiteindelijk aan personen te koppelen.
Dit is een vastgesteld feit uit een rechterlijke uitspraak.
Het zegt niet automatisch dat Kinky vandaag exact dezelfde gegevens op dezelfde wijze verwerkt.
Maar het toont wel aan dat de koppeling tussen advertenties, accounts, telefoonnummers en IP-adressen geen theoretisch scenario is.
Wanneer identiteitsgegevens worden gecombineerd met:
identiteitsbewijs
↓
persoon
↓
account
↓
advertentie
↓
telefoonnummer
↓
e-mailadres
↓
IP-adres
↓
betaalgegevens
↓
advertentiehistorie
ontstaat in potentie een zeer gedetailleerd dossier over de persoon achter een seksadvertentie.
Dat maakt de situatie fundamenteel anders dan traditionele anonieme of pseudonieme advertenties.
En juist daarom is het zo belangrijk om te weten:
welke gegevens precies worden opgeslagen;
welke gegevens daadwerkelijk uit een ID worden overgenomen;
of een volledige ID-kopie wordt bewaard;
hoe lang deze wordt bewaard;
welke gegevens na beëindiging van een account verdwijnen;
of IP-adressen aan identiteit worden gekoppeld;
of betaalgegevens aan identiteit worden gekoppeld;
of verschillende advertenties historisch aan dezelfde persoon kunnen worden gekoppeld;
en onder welke omstandigheden gegevens aan politie of OM worden verstrekt.
Dit privacyprobleem is niet uitsluitend een zorg van buitenstaanders.
Het WODC noemt onzekerheden over de omgang met gevoelige persoonsgegevens door platforms zelf als een mogelijke ongewenste praktijk.
Ook blijkt uit het onderzoek dat platforms verschillende bewaartermijnen hanteren.
De onderzoekers konden bovendien bij sommige platforms na langere tijd nog toegang krijgen tot accounts nadat deze volgens de gevolgde procedure waren verwijderd.
Dat bewijst niet dat Kinky stelselmatig gegevens langer bewaart dan het zegt.
Maar het laat wel zien dat er een verschil kan bestaan tussen:
wat een platform zegt over gegevensbewaring
en
wat er technisch daadwerkelijk nog beschikbaar is.
Dat verdient nader onderzoek.
Voor iemand die bijvoorbeeld via een normaal verkoopplatform een product aanbiedt, is het doorgaans niet nodig om zijn of haar identiteit rechtstreeks aan een seksadvertentie te koppelen.
Bij sekswerk ligt dat anders.
Een koppeling tussen identiteit en sekswerk kan grote gevolgen hebben voor:
de persoonlijke levenssfeer;
familie en relaties;
werk;
reputatie;
huisvesting;
financiële situatie;
veiligheid;
mogelijke discriminatie;
en het risico op chantage.
Daarom is het niet voldoende om te zeggen:
“Maar het gaat toch alleen om een ID-controle?”
Het gaat uiteindelijk om de vraag wat er ontstaat wanneer identiteit en sekswerk systematisch aan elkaar worden gekoppeld en die gegevens vervolgens langdurig beschikbaar blijven.
De positie van sekswerkers krijgt hierdoor een merkwaardige tegenstelling.
Aan de ene kant wordt sekswerk steeds nadrukkelijker gereguleerd en gecontroleerd.
Aan de andere kant kunnen gegevens over sekswerkers worden gebruikt buiten de oorspronkelijke context waarin de sekswerker ze heeft verstrekt.
Een advertentie die in eerste instantie bedoeld is om een klant te vinden, kan later onderdeel worden van:
een strafrechtelijk onderzoek;
een bestuurlijk onderzoek;
een onderzoek naar inkomen;
een onderzoek naar uitbuiting;
een koppeling met andere accounts;
of een identificatieonderzoek.
Daarom zou men kunnen spreken van een situatie waarin sekswerkers in zekere zin "vrijwild" worden voor gegevensgebruik.
Dat woord moet journalistiek gezien worden opgevat als een kritische karakterisering, niet als een juridische kwalificatie.
De kern van die kritiek is:
De sekswerker wordt steeds beter identificeerbaar, terwijl onvoldoende transparant is wie vervolgens welke gegevens voor welk doel kan gebruiken.
Daarmee ontstaat volgens mij de belangrijkste paradox van het huidige beleid.
De overheid zegt:
We moeten sekswerkers beschermen tegen mensenhandel, uitbuiting en minderjarigheid.
Dat is een legitiem doel.
Maar tegelijkertijd ontstaat een systeem waarin de sekswerker zelf steeds uitgebreider moet worden geïdentificeerd.
Dat roept de vraag op:
Wie wordt er uiteindelijk door het systeem beschermd en wie wordt er vooral traceerbaar gemaakt?
Een systeem kan beide tegelijk doen.
Identificatie kan het voor mensenhandelaren moeilijker maken om anoniem te opereren.
Maar dezelfde identificatie kan de privacy van legale volwassen sekswerkers aanzienlijk aantasten.
Daarom moet niet alleen worden gevraagd:
“Helpt deze maatregel tegen mensenhandel?”
maar ook:
“Is deze maatregel noodzakelijk, proportioneel en voldoende veilig voor de grote groep volwassen sekswerkers die niets met mensenhandel of minderjarigheid te maken heeft?”
Dit is naar mijn mening het belangrijkste punt dat nader journalistiek onderzoek verdient.
De overheid beschikt inmiddels over een vrij nauwkeurig beeld van de omvang van de markt:
ongeveer 9.500 advertenties per dag.
Voor Kinky:
ongeveer 6.000 advertenties per dag.
Maar we hebben geen vergelijkbaar actueel cijfer voor:
het aantal minderjarige advertenties.
En zonder dat cijfer is het moeilijk om de proportionaliteit van een algemene identificatie- en bewaarinfrastructuur te beoordelen.
Er is een fundamenteel verschil tussen:
“Er bestaan minderjarige slachtoffers.”
en:
“Een bepaald percentage van de totale seksadvertentiemarkt bestaat uit minderjarigen.”
Het eerste is vastgesteld.
Het tweede is voor de huidige advertentiemarkt niet vastgesteld.
Ik zou de overheid, het WODC, politie en OM ten minste de volgende vragen voorleggen:
Hoeveel minderjarige advertenties zijn in 2023 vastgesteld?
Hoeveel in 2024?
Hoeveel in 2025?
Hoeveel in 2026?
Hoeveel minderjarige advertenties zijn er aangetroffen tijdens de WODC/Dialogic-telling van april 2026?
Waarom is daarvan geen percentage gepubliceerd?
Hoeveel van de ongeveer 9.500 dagelijkse advertenties worden daadwerkelijk nader onderzocht op minderjarigheid?
Hoeveel minderjarige slachtoffers zijn via Kinky.nl gevonden?
Hoeveel via Sexjobs?
Hoeveel via andere platforms?
Welke concrete cijfers rechtvaardigen de nieuwe wettelijke identificatie- en bewaarplicht?
Waarom is de bestaande verificatie sinds 1 april 2026 onvoldoende?
Welke aantoonbare problemen zijn na die identiteitscontroles nog overgebleven?
Waarom moeten gegevens twee jaar worden bewaard?
Waarom is die bewaartermijn noodzakelijk?
Wordt een volledige kopie van het identiteitsbewijs opgeslagen?
Zo ja: hoe lang?
Wie kan die gegevens inzien?
Worden IP-adressen aan de identiteit gekoppeld?
Worden betaalgegevens aan de identiteit gekoppeld?
Kan de overheid historische advertenties aan één persoon koppelen?
Wat gebeurt er met de gegevens nadat een sekswerker stopt?
Worden gegevens na verwijdering van een account daadwerkelijk vernietigd?
Hoe vaak heeft politie informatie bij Kinky/Midhold opgevraagd?
Hoe vaak heeft Midhold gegevens verstrekt?
Om welke soorten gegevens ging het?
Hoeveel verzoeken betroffen mensenhandel?
Hoeveel betroffen minderjarigen?
Hoeveel betroffen andere strafbare feiten?
Worden gegevens ook voor bestuursrechtelijke onderzoeken gebruikt?
De discussie zou daarom niet uitsluitend moeten gaan over:
“Hoe beschermen we minderjarigen tegen seksadvertentieplatforms?”
Die vraag is vanzelfsprekend belangrijk.
Maar er hoort een tweede vraag naast te staan:
“Hoe groot is het probleem dat deze vergaande identificatie- en gegevensbewaarplicht moet oplossen?”
En een derde:
“Wat gebeurt er met de persoonsgegevens van de vele volwassen sekswerkers die geen slachtoffer zijn en geen strafbaar feit plegen?”
Zonder antwoorden op die vragen ontstaat het risico dat een uitzonderlijk ernstig probleem — minderjarige slachtoffers en mensenhandel — wordt gebruikt als rechtvaardiging voor een systeem dat vervolgens een veel grotere groep legale volwassen sekswerkers permanent of langdurig traceerbaar maakt.
Het beschikbare onderzoek laat zien dat seksuele uitbuiting en minderjarige slachtoffers daadwerkelijk voorkomen.
Dat moet serieus worden bestreden.
Maar het beschikbare onderzoek laat tegelijkertijd iets anders zien:
de omvang van de totale advertentiemarkt is vrij nauwkeurig in beeld gebracht, terwijl de omvang van minderjarige advertenties daarin niet op vergelijkbare wijze is vastgesteld.
Dat is de ontbrekende schakel.
In april 2026 waren er ongeveer 9.500 unieke seksadvertenties per dag, waarvan ongeveer 6.000 op Kinky.
Maar we weten niet hoeveel van die duizenden advertenties minderjarigen betroffen.
Tegelijkertijd wordt de identificatie van sekswerkers steeds verder uitgebreid.
Identiteitsbewijs, gezichtsfoto, telefoonnummer, betaalinformatie en gegevens over de internetaansluiting kunnen onderdeel worden van een wettelijk voorgeschreven identificatie- en gegevensbewaringssysteem.
Dat maakt sekswerkers steeds minder anoniem en steeds beter traceerbaar.
Daarom is het naar mijn mening tijd dat de discussie niet alleen wordt gevoerd vanuit het perspectief van opsporing en bestrijding van mensenhandel.
Er moet ook worden gekeken naar de positie van de legale volwassen sekswerker.
Want als de overheid zegt dat een ingrijpend controlesysteem noodzakelijk is, mag worden gevraagd:
Waar zijn de cijfers die de noodzaak aantonen?
En:
Hoeveel van de duizenden dagelijkse advertenties zijn daadwerkelijk problematisch?
Zolang daarop geen duidelijk antwoord bestaat, blijft een belangrijke vraag onbeantwoord:
Bouwen we een proportioneel systeem om een aantoonbaar probleem aan te pakken — of bouwen we ondertussen een enorme identificatie-infrastructuur voor een hele beroepsgroep, terwijl we niet eens weten hoe groot het specifieke probleem binnen die markt werkelijk is?
Dat verdient onafhankelijk journalistiek onderzoek.
WODC – Eerste inzichten over sekswerkadvertentieplatforms, 17 september 2026
Het WODC meldt circa 9.500 unieke advertenties per dag in april 2026, circa 80% op Kinky en Sexjobs en circa 6.000 dagelijkse advertenties voor Kinky.
Tweede Kamer – Dialogic Deelrapport 1: Sekswerkadvertentieplatforms
Het rapport en de samenvatting zijn op 28 september 2026 als Kamerstukken gepubliceerd.
Tweede Kamer – Amendement 2026D46701
Amendement van Boomsma en Bikker over een meld- en informatieplicht voor online platforms met seksadvertenties.
Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2018:8064
Openbare uitspraak waarin onder meer wordt beschreven hoe informatie van Midhold/Kinky werd gebruikt om telefoonnummers, e-mailadressen, accounts en IP-adressen aan seksadvertenties te koppelen